.png)
Het begon allemaal met een telefoon die blijkbaar had besloten met vervroegd pensioen te gaan. Zonder waarschuwing. Geen piepje, geen laatste groet, geen dramatische afscheidsmelding. Gewoon: uit. Dood. Einde verhaal.
Dat was alleen nogal onhandig, want ik had die avond een eetafspraak aan de andere kant van de stad. Terwijl ik mijn overleden telefoon aanstaarde alsof reanimatie misschien nog zou helpen, hoorde mijn buurtgenoot — die ik ken via Stadsdorp Slotervaart Noord — van mijn digitale rampspoed.
“Geen probleem,” zei ze opgewekt. “Als je terug bent van je eetafspraak, kun je mijn reserve-telefoon lenen. Ik ga pas laat slapen dus kom gewoon maar”.
Dat was al heldhaftig genoeg. Gewapend met goede moed en een telefoonloos bestaan vertrok ik naar de afspraak. Gelukkig bleek die avond een groot succes: gezellig gezelschap, lekker eten en genoeg gesprekken om even te vergeten dat mijn eigen telefoon thuis lag te doen alsof hij een baksteen was.
Maar toen begon de terugreis.
Ik was bijna thuis toen plotseling een akelig gevoel opkwam. Zo’n gevoel dat meestal eindigt met de woorden: “O nee.” Mijn tas!!
Mijn tas zat niet in mijn fietstas.
Natuurlijk. Want waarom zou één probleem voldoende zijn? Mijn tas had ik laten staan aan de andere kant van de stad!
Ik besloot door te rijden naar mijn mede-stadsdorp-vriendin. Geen zucht, geen gemopper. Ze zei simpelweg: “We rijden even heen en weer met mijn auto”.
Even later zaten we samen in de auto voor een nachtelijke reddingsmissie. We haalden de tas op, maar nog meer “Oh oh, o nee!” Want de huissleutel zat niet in de tas!
We besloten dat het voor later wel een goed verhaal zou zijn en lachten om de absurditeit van de situatie en reden weer terug. Gelukkig bleef mijn mede-stadsdorper opvallend rustig voor iemand die inmiddels betrokken was geraakt bij wat voelde als een rampenfilm met een zeer beperkt budget.
Bij mij thuis kwam de onthulling; De sleutel zat nog gewoon in de schuurdeur. Precies op de plek waar ik hem eerder had achtergelaten en daarna volledig was vergeten.
Daar stond ik dan. Met mijn teruggevonden tas, een niet-werkende telefoon, maar nu ook een tijdelijke telefoon en een teruggevonden sleutel en een redster in nood die inmiddels meer reddingsacties had uitgevoerd dan de gemiddelde superheld.
Aan het einde van de avond concludeerde ik dat er dagen zijn waarop alles fout lijkt te gaan. En dat het verschil tussen een ramp en een grappig verhaal achteraf soms gewoon een zeer behulpzame Stadsdorpgenoot is die rustig blijft terwijl jij zelf van het ene probleem in het andere struikelt.
Van één van onze Stadsdorpers
.jpg)